16 oktober is Wereldvoedseldag. De komende dagen dus blogjes over wereldvoedsel.

De aarde kan het niet aan als alle 7 miljard mensen onze voedselstandaard aanhouden. Een duurzame samenleving op wereldniveau kan alleen als wij een behoorlijke stap terug doen. Doorgaan op onze weg is niet duurzaam en niet sociaal. Op wereldschaal is de sociaal-democratie nog niet voltooid.

Gisteravond was ik aanwezig bij een avond in de Wageningse Universiteit over het recht op voedsel. Toehoorders werd gevraagd wat het ‘recht op voedsel’ voor ons inhield. Nooit over nagedacht eigenlijk. Dit kwam eruit:

Het recht op voedsel houdt in dat iedere man, vrouw en kind alleen of in groepsverband de fysische of economische middelen heeft om op een waardige manier aan voldoende goed voedsel te komen.

Dit is een versimpeling (wat is voldoende? wat is goed? wat is waardig?), maar alle elementen zitten erin.

1 miljard mensen hebben geen toegang tot genoeg goed voedsel. Dat is 1 op de 7. Dat is veel, maar wij zien ze niet. Dat is niemand hier, en iedereen elders. Dat is in sommige gebieden de helft van de bevolking: jijzelf niet maar je kinderen wel. Of je man niet maar jijzelf en je kinderen wel. Of je buren niet, maar jouw gezin wel. Of een andere etnische groep niet, maar die van jou wel.

Ook in gebieden met voedseltekorten lijden machtigen geen honger. Honger treft machtelozen, mensen zonder land, zonder netwerk, zonder inkomen. Honger treft eerst kinderen, dan vrouwen, en dan pas mannen. Ook in gebieden met voedseltekorten wordt goed verdiend, gespeculeerd met voedselvoorraden, gewassen verbouwd voor de export (naar Nederland bijvoorbeeld). Ook in gebieden met voedseltekorten opereren multinationals die verdienen aan olie, mijnbouw, biobrandstoffen.

De meest duidelijke uitspraak gisteravond:

Honger is gebrek aan macht.