Deze week het bericht dat Siert Bruins toch wordt berecht. En terecht, want sommige misdaden verjaren niet. Siert stond bekend als het Beest van Appingedam; hij heeft in de WO-II in de omgeving van Delfzijl ware terreur uitgeoefend en meerdere mensen gedood. Hij is geboren in 1921 dus toen hij die moorden pleegde was hij ongeveer 22 jaar, net zo oud als mijn Zoon1 nu.

Ook het bericht dat Julio Poch wordt berecht: Poch is de Argentijnse piloot (met Nederlandse nationaliteit) die wordt verdacht dat hij tijdens de dictatuur van Videla in Argentinia vluchten uitvoerde waarbij politieke tegenstanders van grote hoogte levend in zee werden gegooid. In het jaar van die vluchten was hij ongeveer 25 jaar.

Eerder deze week in de NRC-next een lang artikel over vrouwelijke terroristen. Ik kan me Ulrike Meinhof nog goed herinneren, samen met Baader een van de leiders van de RAF. Een linkse studente, later journaliste die steeds verder radicaliseerde en uiteindelijk aan het moorden ging.

Vorige week luisterde ik naar het -spaanse- interview met Tanja Nijmeijer, 40 minuten lang. Zij ging bij de FARC toen ze 22 was.

Veel mensen keken gefascineerd naar het interview van Holleeder door Twan Huys. Ik niet: ik vond het slecht, saai en absolute onzin. Die verering is me vreemd.

Het nieuws over Siert Bruins, Julio Poch, Tanja Nijmeijer grijpt me wel aan. Als moeder. Ik heb namelijk zelf drie jong-volwassen zoons. Want wat is de scheidslijn tussen een hele goede en een hele foute keuze toch scherp. En wat hoop ik dat mijn zoons dit soort hele foute keuzes nooit zullen maken.