In de NRC-next van vandaag staat een artikel over hoogopgeleiden die niet meer aan de slag komen op hun eigen niveau en dan maar een MBO-baan aannemen via een uitzendbureau. Ik behoor tot die groep: afgestudeerd, voorheen goed-betaalde leidinggevende banen gehad en nu aan het werk in een MBO-baan.

Iedereen heeft evenveel recht op een baan, hoger of lager opgeleid. Ik vind niet dat ik de baan van een lager opgeleid persoon afpak, want in mijn eigen vak kom ik niet aan de slag.

Het bevalt me prima, behalve dan dat het niet zoveel oplevert als mijn oude banen. Helaas moet ik anderhalf uur reizen om er te komen, en als ik de reistijd bij de gewerkte uren optel en dan uitreken hoeveel het verdient per uur, is het slecht betaald werk. Maar het is wel werk, bovendien leuk werk.

Meestal ga ik op de fiets, wat maar 15 minuten langer duurt dan met de bus, en daarvan geniet ik elke keer weer. Vandaag waren de uiterwaarden vol water met een mager zonnetje erboven en schreeuwende ganzen erbij. Na zo’n prachtige tocht kom ik uitgerust aan. En het is nog gezond ook.

Mijn baan stelt niet veel voor. Maar het voordeel is dat ik er ook niet moe van word en nooit werk mee naar huis neem. En dat ik nog wel eens iets tussendoor kan doen, zoals het schrijven van dit blog.

Toch blijf ik zoeken. Het is fijn om mijn hersens te gebruiken, en ik kan meer dan wat ik nu doe. Ik ben goed in mijn vak maar met die kennis en ervaring kan ik nu niet zoveel. Dat vind ik heel erg jammer, want het is een geweldig vak. Ik haal weinig voldoening uit mijn baan, maar daar staat tegenover dat ik tijd en energie genoeg heb voor allerlei vrijwilligerswerk. Zo zit ik in de gemeenteraad, een goed betaalde vrijwilligersbaan overigens.

Het vervelendste vind ik dat ik me niet op mijn gemak voel in babbelgesprekken. Dat ik moet toegeven tegenover studiegenoten, familie en kennissen dat ik geen passende baan heb. Dat mijn carriere gestrand is waar anderen door zijn gegaan. Ik vind het niet prettig om te vertellen wat ik nu doe. Ik ben er niet trots op. Met sommige van mijn oude vrienden ga ik daarom nu minder om, want ik heb geen zin in reunie-achtige settings.

Ik merk dat ik steeds meer lotgenoten krijg. Iemand van mijn leeftijd die zijn baan verliest, komt niet snel meer aan de bak. Het begint al een aardig vriendenclubje te worden: hoogopgeleide leeftijdsgenoten die om de een of andere reden eruit geknikkerd zijn. Of die zich ZZPer noemen maar feitelijk zonder werk zitten.

We kunnen en weten veel, maar het lukt ons niet om dat uit te baten. Het lijkt alsof we de aansluiting verliezen. Ik mag dus eigenlijk best blij zijn met mijn baan.

Advertenties