“Wat doen mensen die goed hebben verdiend dankzij groene groei? Ze boeken een welverdiende zonvakantie. Ze kopen een nieuwe auto of een groter huis. De ervaring leert dat milieuwinst snel verdampt als de economie aantrekt.” Dat staat in een artikel in Dichterbij, het blad van De Rabobank.

“We moeten er rekening mee houden dat onze economie de komende tien jaar niet groeit. [..] Sommige sectoren zullen het beter doen dan andere. Economische accenten verschuiven.”

“We moeten richting een meer duurzame groei. Dat levert gelijk een groot dilemma op: De transitie moet op een of andere manier worden betaald. Generaties na ons zullen ervan profiteren, maar wij offeren een deel van onze welvaart op.”

“Tegenwoordig omarmt ook de zakenwereld [groene groei] als de oplossing voor de economische recessie.”  Groene groei wordt door links-groen gezien als win-win: groene investeringen scheppen nieuwe banen, de behoefte aan olie neemt af, de CO2 uitstoot neemt af en de opgedane kennis kunnen we exporteren: de welvaart neemt toe en het milieu heeft er baat bij.

Helaas, gaat het artikel verder, werkt deze droom van links-groen niet zo. “Groei leidt altijd tot vervuiling.”

” Groene groei biedt kansen voor de Nederlandse economie en voor ondernemingen. Maar er bestaat gewoon niet zoiets als een ‘free lunch’: de omschakeling naar een duurzame economie gaat geld kosten. Het goede nieuws is dat als iemand dat op de wereld het zich kan permitteren, wij dat zijn.”

Boeiend om hierover te lezen vanuit een heel andere invalshoek – een bank – dan ik meestal lees.