Het heeft niets met het onderwerp van mijn blog te maken, maar ik raad het boek Waarom de hel naar zwavel stinkt van Salomon Kroonenberg met veel plezier aan voor iedereen met interesse in de wereld: geschiedenis, geologie en mythologie koppelt Kroonenberg aan elkaar tot een inspirerend boek. De ondertitel luidt: Mythologie en geologie van de onderwereld, en dat is waar het om gaat.

Kroonenberg is een geweldige verteller; ik heb lang geleden vakken bij hem gevolgd en drie maanden geologieveldwerk gedaan onder leiding van hem in Frankrijk. Een man die misschien wel tien talen spreekt, altijd door studeert, in alles geinteresseerd is. Ik herinner me excursies waarbij hij sjouwde met een rugzak met 20 kilo stenen op zijn rug, en maar vertellen.

Elk hoofdstuk begint met een stukje uit De Hel van Dante Alighieri. Vervolgens gaat hij  op zoek naar plekken waar in de geschiedenis het bnnenste van de aarde een rol heeft gespeeld. Hij gaat naar Jeruzalem en gaat op zoek naar de grot van Jezus’ graf en de kalkgroeves waar Jeruzalem van is gebouwd, in Griekenland zoekt hij de Styx, de Acheron en de ingang van de Griekse onderwereld op. In de omgeving van Napels bezoekt hij de vulkanen en zoekt de plekken op die beschreven worden door Griekse en Romeinse schrijvers waarvan zij dachten dat het de ingang was naar de onderwereld. Zo gaat hij steeds dieper in de aarde en tegelijk vooruit in de tijd: de zilvermijn van Potosi, goudmijnen, steenkoolmijnen in China, de diamantmijn in Kimberley, en tenslotte de diepe olieboringen van nu.  Ondertussen vertelt hij over de voortschrijdende kennis van het inwendige van de aarde vanaf de oudheid tot nu en de vele dwalingen onderweg, waarbij hij duidelijk maakt dat we nog steeds bijzonder weinig weten want we zijn nog niet dieper dan 10 km geweest. Daar tussendoor vertelt hij over zijn eigen reizen, zijn ontluikende interesse als kind in de geologie, gesteenten en mineralen, over hoe graag hij Axel had willen zijn, de hoofdpersoon van Jules Verne in het boek ‘Naar het middelpunt der aarde’.

Al deze verhalen weeft hij door elkaar tot een inspirerend boek.  Het boek laat zien waarom het zo fijn is om je te verdiepen in een onderwerp, waarom wetenschappers ergens steeds meer van willen weten. Het maakt duidelijk dat het fijn is om op Ijsland rond te lopen, maar dat je reis veel meer waarde krijgt als je weet wat je ziet: basaltzuilen, zwavelafzettingen en lavagrotten, de spleet tussen Amerika en Europa en nog veel meer.

Toch heeft dit boek ook alles met mijn blog te maken: Kroonenberg pleit ervoor dat we de aarde met respect behandelen. We graven en boren maar en vullen allerlei gaten weer op met onze rotzooi zonder dat we enig idee hebben wat de gevolgen zijn van onze hebzucht, en zonder dat we doorhebben wat we allemaal kapotmaken. Daar ben ik het helemaal mee eens.