De kroningswissel zou nog mooier zijn geweest als het iets meer zou zijn geweest dan een feestje. Zoals elders aftredende presidenten amnestie verlenen aan gevangenen, zo had de regering gisteren ook een gebaar kunnen maken. Een pardon voor onuitzetbare illegalen en humanitaire noodgevallen. Het hoofdartikel van gisteren in de NRC-next roept hiertoe op en ik ondersteun dat van harte.

Anderhalf jaar lang heb ik onderdak gegeven aan een onuitzetbare illegaal. Een aardige jongen met een triest bestaan, tien jaar in Nederland maar voldoet niet aan de eisen voor een pardon. Al meerdere keren uitgezet, maar zijn geboorteland wil niets van hem weten, dus hij komt Nederland niet uit en zijn geboorteland niet in.

Geen opleiding, geen werk, geen familie. Geen toekomst, geen leven. Hij mag niet eens vrijwilligerswerk doen.

We hebben gisteren een geweldig feestje gevierd, maar voor deze jongeman valt niets te vieren. Zoals hem zijn er ongeveer 10.000 anderen. Die kunnen Nederland niet uit want geen land wil ze hebben. Ze zijn hier, ze kunnen niet anders dan hier blijven en de rest van hun leven nietsdoen totdat Den Haag een oplossing verzint. Gisteren was een mooi moment geweest voor een menselijk gebaar.

Dit is een goed document van het Humanistisch Verbond over de problematiek van de illegalen in Nederland. En dit is een column van Folkert Jensma in de NRC van 27 april, waarbij de hardvochtige reacties me ontstemmen.