dobbelmanDeze drie woorden zijn toch wel de kern van mijn manier van huishouden: eenvoudig, duurzaam en goedkoop.

Mijn huishouden is eenvoudig: simpele maaltijden met weinig ingredienten, drie soorten broodbeleg (kaas, pindakaas en jam). Ik heb geen overvolle klerenkast, heb geen behoefte aan luxe, heb geen auto en geen grote TV. Mijn meubels zijn tweedehands en ik vind het geen probleem dat er vlekjes op zitten, ik geef bezoek rustig kopjes met afgebroken oortjes, ik heb geen bij elkaar passend servies of bestek.

Duurzaamheid vind ik het belangrijkst. Ik leef duurzaam uit solidariteit met mijn kinderen en met hun kinderen die ook willen leven in een fijne, schone en sociale wereld. Ik wil niet de allergoedkoopste spullen, want goedkoop voor mij is duurkoop voor mijn kinderen. Dan maar minder spullen, ik heb liever 4 goede T-shirts dan 20 goedkope. Ik let op duurzaamheid bij kleren, voedingswaren, schoonmaakmiddelen, bij alles eigenlijk. Bij voorkeur koop ik tweedehands in een goededoelenwinkel.

Goedkoop moet het ook zijn. Gelukkig houd ik van eenvoudig. Ik koop geen duur handgemaakt duurzaam design, hoe mooi ook. Ik draag liever een simpele zelfgemaakte katoenen tas dan een handgemaakte leren tas van 500 euro. Maar ik koop niet het goedkoopste als dat niet duurzaam is, geen kleren gemaakt door kinderen in Bangladesh, geen vloeibaar schuurmiddel met bolletjes microplastic, geen plofkipvlees. Ik maak veel zelf en probeer dat te doen met spullen die anders weggegooid zouden worden.

Het is een huishouden dat ouderen zullen herkennen van de jaren 50: in de karige jaren verzon men creatieve oplossingen, gebruik maken van de spullen die ze hadden of gratis kregen zoals verpakkingen. Wie maakt nog tijdschriftenbakken van wasmiddelendozen of dozen van kattenbakgrit? Wie bewaart nog spijkers en schroeven in jampotten? Wie maakt kerstkaarten van oude enveloppen? Plantenpotten van blikken?

Niet dat ik nostalgisch ben over toen: de wasmiddelen in die mooie dozen zaten vol fosfaten, ik herinner me tot ver in de jaren 70 de grote schuimvlokken overal in de sloten. Maar mijn grootouders waren inventief in het hergebruiken van spullen en tevreden met iets dat net iets minder perfect is. Mijn opa boog zelf kleerhangers van ijzerdraad dat hij vond bij een weiland. Maakte prachtige gemarmerde vazen van eenvoudige flesjes. Mijn oma pulkte alle ritssluitingen en knopen af van kleren die echt niet meer versteld konden worden.

Haar knopendoos heb ik nog steeds. Ik geniet nu ik het blikje open om een knoop te zoeken.