PrinsengrachtconcertHet onverwachte uitje begon ’s middags toen ik (53) Buurvrouw (79) tegenkwam met een biertje op een terrasje, alwaar ze zei dat ze zo graag naar het Prinsengrachtconcert had gewild. ‘Nou, dan gaan we toch? Het is vier uur, halen we nog gemakkelijk.” was mijn onbezonnen antwoord. Ze keek me aan en begon te stralen.

Drie kwartier later zitten we in de trein op weg naar Amsterdam. In Amsterdam eten we wat, lopen langs de grachten. ‘Hier heb ik gewoond, en dat is het oude pand van mijn vader, en daar heb ik tien jaar gewerkt. En straks gaan we naar Hoppe, mijn oude stamcafe.’ aldus Buurvrouw, altijd enthousiast, altijd opgewekt, altijd vol verhalen over vroeger. We genieten van straatjes, stoeptegeltuinen, winkeltjes en gevels.

Op de Prinsengracht wordt snel duidelijk dat we er niet meer bij kunnen. Het podium was dwars over de gracht gebouwd, ertegenover, ook over de gracht, was een VIP-tribune. Voor normale mensen zoals wij was nauwelijks plaats. Vanaf de volgende brug kijken we tegen de achterkant van de VIPs aan. Ik vind dat die VIP-tribune er niet bij hoort: dit concert is voor iedereen. Buurvrouw zag helemaal niets want die is wat korter, en bovendien had iedereen behalve wij een paraplu.

Nou ja, dan maar bootjes kijken. Voorbij de brug lagen honderden bootjes vol mensen die beslist niet voor de muziek waren gekomen: die zagen en hoorden niets van het concert maar hadden het bijzonder gezellig. Wat een gedoe, om met zo’n bootje aan te komen, en dan ’s nachts weer weg te moeten daar, wat natuurlijk een gigantische anarchistische puinhoop wordt, want niemand kan erdoor en eruit. En een lol!

Buurvrouw en ik genieten en dan begint het te stortregenen. We duiken een wijncafe in waar het goedkoopste glas wijn een tientje kost. En toen op weg naar cafe Hoppe, haar vroegere stamcafe. Buurvrouw kletst met de ober over vroeger.

We moeten ook weer terug naar Wageningen. We lopen terug – en hier kocht ik altijd dit, en hier is een leuk cafeetje daar gaan we beslist de volgende keer heen, en hier stond mijn vader toen net na de bevrijding die Duitsers begonnen te schieten op de Dam – en zo komen we bij het station. In de stiltecoupe belt Buurvrouw haar echtgenoot om ons van het station op te halen maar bedenkt zich dat ze de huistelefoon had doorgeschakeld naar haar mobiel die ze nu in haar hand heeft. Ik neem aan dat er nog wel een bus gaat.

Gelukkig is dat zo. Buurvrouw kletst met de medebusreizigers over de leuke avond in Amsterdam en dat ze in geen tien jaar meer in een bus heeft gezeten – wat leuk, met de bus! – en zo zijn we om 24 uur weer thuis. Ik duik mijn bed in maar Buurvrouw gaat nog met de hond wandelen.

Zondagochtend om 9 uur doe ik de gordijnen open en zie ik Buurvrouw de eenden in het park voeren. Wat een fantastische Buurvrouw heb ik toch. Het Prinsengrachtconcert kijken we nog wel eens op TV in de herhaling.