Ik loop door de winkelstraat en een man spreekt me aan. Of de politiek iets tegen de hangjongeren in het parkje achter zijn appartementengebouw wil doen.Verbieden dat jongeren daar komen of zo. Soms belt hij de politie dat er weer een groep zit ‘maar die doet er ook niets tegen’ moppert hij.

Nou nee, dat was ik niet van plan. Blijkbaar vind hij dat kinderen, ouders en ouderen op dat bankje mogen zitten maar jongeren niet. Ik vraag de man of hij vroeger niet met zijn vrienden na schooltijd en na huiswerk rondzwierf over straat. Hij begint een geanimeerd verhaal over het Wageningen van vroeger en wat hij allemaal uitspookte, maar stopt opeens misschien wel omdat hij zelf ook door krijgt dat het eigenlijk niet helemaal strookt met zijn antipathie tegen de huidige jongeren.

Het is een openbaar parkje en jongeren mogen daar ook zitten. Er staan geen bordjes:’niet vir jongeren tussen de 12 en 20 jaar.’ Hebben mensen wel door hoe ze een hele bevolkingsgroep uitsluiten, en hoe jongeren nu een beeld krijgen van de samenleving die hen met anitpathie bekijkt. Ik weet best dat er groepen jongeren bestaan die problemen maken, maar scheer alsjeblieft niet alle jongeren over een kam.

Een moeder wil dat de politie middelbare scholieren verwijdert van het buurtspeelpleintje. Tot haar eigen kinderen op de middelbare school zitten, dan begint ze waarschijnlijk een actiecomite voor een tafeltennistafel voor jongeren op die plek. Jongeren ontmoeten na schooltijd en na hun huiswerk hun vrienden in het parkje. En roken daar, want dat mogen ze thuis niet. Nou en?

Bij een buurtbezoek zegt de gesprekleidster na een opmerking van mij over de negatieve generalisatie van jongeren (driekwart van het gesprek gaat over hangjongeren) dat ik gelijk heb, dat 99% van de jongeren niets kwaads in de zin heeft, maar als je langs die 1% uitschot loopt krijg je een doodsbedreiging naar je hoofd. Nou ik loop overal, en dat heb ik hier in Wageningen nog nooit gehoord.

Even later gaat het gesprek over wietzakjes en diezelfde gesprekleidster vertelt hoe ze haar kind naar het ziekenhuis moest brengen nadat die op een speelplek een wietzakje had leeggegeten. Een kind dat een wietzakje leegpeuzelt? Lijkt in de verste verte misschien op zwart-op-wit, maar dan nog, zelfs al zou je het oppeuzelen, hoef je nog niet naar het ziekenhuis. En wietzakjes op de grond zijn leeg, wiet is veel te duur. Hmm, ik ben niet overtuigd, volgens mij zuigt ze dit uit haar duim. Van een gesprekleidster verwacht ik een andere rol dan deze stennismakerij maar ik kan dat moeilijk zeggen in dit groepsgesprek. Het is ik, het raadslid, tegen de rest. Bah.