De generatie voor ons ging al jong naar een bejaardentehuis. Een oudtante van mij werd weduwe toen ze 57 was, ging toen naar een bejaardentehuis en heeft daar nog 40 jaar gewoond. Ik moet er niet aan denken, maar wie weet vond ze het wel gezellig. Zo zag ze er niet uit overigens, die enkele keer dat mijn ouders haar opzochten en ik noodgedwongen mee moest. Volgens mij kwijnde ze weg, maar dat had ik toen nog niet door. Het huis stond ergens in een bos. Ze zag vogeltjes en zo nu en dan een eekhoorntje en nooit een mens.

Die tijd is voorbij, het huis is gesloten. Daar ben ik niet rouwig om, maar wat brengt de toekomst?

Mensen blijven nu zo lang mogelijk zelfstandig wonen in hun eigen vertrouwde huis. Zo nodig wordt een traplift geplaatst, drempels weggehaald. Klinkt goed, maar het grote risico is vereenzaming. Een bejaardentehuis was een gemakkelijke plek voor ontmoeting. Willen ouderen die zelfstandig wonen niet vereenzamen, zullen ze de deur uit moeten.

Huiskamers in buurten, ontmoetingscentra, buurthuizen: de gemeente doet van alles. Ik vraag me alleen af of ouderen wel in hun huizen moeten blijven zitten, wegkwijnend en wachtend op de regelingen die de overheid instelt en op kinderen die te weinig langskomen. Ik zie toch wel erg veel ouderen om me heen voor wie het lege grote huis een ballast wordt, vol herinneringen van wat was en niet meer is.

Er zijn veel initiatieven in het land waarbij ouderen hun toekomst in eigen hand nemen, samen iets opzetten. Zelfstandig blijven wonen maar toch samen dingen doen en op elkaar letten. Waar ze fit intrekken, en elkaar helpen als het leven moeizamer wordt. Zulke initiatieven vind ik inspirerend. De mensen die ik ken die zo wonen, zijn vrolijker.

Mijn vrees is dat deze initiatieven alleen door geluksvogels, mensen die een miljoen inbrengen, betaald kunnen worden. Dat weerhoudt mij, niet alleen financieel maar ook sociaal. Ik wil niet dat het nieuwe systeem erop uitdraait dat rijkeren hun toekomst kunnen vormgeven en de rest wegkwijnt.

Terug naar de Begijnenhofjes? Zo zou ik best willen wonen, genietend van het zonnetje in de gezamenlijke binnentuin. Ik kijk er nu al naar uit.