‘Stelt u zich voor dat een bacterie zichzelf voortplant door zich elke minuut in tweeën te splitsen. Die twee bacteriën worden er vier, de vier worden er acht, enzovoorts. Laten we ons eens voorstellen dat we om elf uur ’s ochtends een bacterie in die fles stoppen en een uur later zien dat die fles vol is. Op welk moment is die fles dan half vol geweest?’
Dit vroeg de natuurkundige Albert Bartlett aan zijn gehoor. Het antwoord is: een voor twaalf. Tot zover niets verrassends, bekende kost.

‘Nou,’ ging hij verder ‘als u een bacterie was en u zat in die fles, op welk tijdstip zou het dan tot u doordringen dat er ruimtegebrek dreigde? Om 11:55 uur, als de fles nog maar voor 1/32 gevuld is, en 97% daarvan bestaat uit open land, dat er gewoon vraagt om in cultuur gebracht te worden?’

Wow, dat is schrikken. Inderdaad, om een voor twaalf is de fles half vol, om twee voor twaalf voor een kwart, om drie voor twaalf voor een achtste, om vier voor twaalf voor een zestiende en om vijf voor twaalf voor een tweeendertigste. Ruimte genoeg dus, een vrijwel lege fles.

Alan Weisman haalt dit voorbeeld aan in zijn nieuwe boek ‘Aftellen, onze laatste kans op een toekomst op aarde‘. In dit boek onderzoekt hij wat de mens op dit moment moet doen om te voorkomen dat we de grens bereiken van wat de aarde aankan. Hij analyseert bevolkingsvraagstukken, ecologie en economie en durft alle grote vragen te stellen en onderzoekt alle mogelijke antwoorden, ook de politiek niet-correcte. Zijn boodschap is duidelijk: het kan, maar we moeten wel wat doen.

Een boek om slapeloze nachten van te krijgen. Of om wat te gaan doen natuurlijk.