Bladeren in een historische atlas is superinformatief. Hier rond Wageningen was vroeger veel minder bos: de heuvels van de Zuidelijke Veluwe waren niet bebost. Het waren vooral heidevelden en eikehakhoutbosjes. De hellingen naar de Rijn toe waren kaal. Vanaf de Wageningse Berg kon je Ede zien, nou dat kan nu absoluut niet meer. Toen eikeschors niets meer opbracht is de berg helemaal bebost tot aan Ede, het enige heideveld is nog de Ginkelse Heide ten oosten van Ede. Die nieuwe sparrenbossen waren toen bedoeld voor de houtproductie.

Het gebied ten NW, de Gelderse Vallei was ondoordringbaar veengebied vol wilgen en riet. Ik stel me er een Biesbosch voor. Men oogstte er wilgentenen, sneed er riet. Nu zijn het weilanden met lange rechte wegen en sloten.

De uiterwaarden ten Z van Wageningen aan de Rijn, was een industriegebied met steenfabrieken die de klei van de uiterwaarden afgroeven voor de baksteenindustrie. Nu is dat een woest natuurgebied.

Kortom: het Nederlandse landschap is dynamisch. Het is ontstaan omdat er behoefte was aan weilanden, houtproductie, kleiwinning, heidevelden, landbouwgrond. Het zal de komende decennia weer helemaal veranderen. Want ik ben overtuigd dat we energie gaan opwekken in onze eigen omgeving. Dat er velden met zonnepanelen komen in plaats van weilanden. Dat de veengebieden met wilgen worden bebost om een biomassacentrale te voeden. Misschien komen er wel weer heidevelden op de Veluwe en blijken we behoefte te hebben aan windmolenparken in plaats van sparrenbossen.

Ik ben er niet bang voor.

Advertenties