Met een kennis fiets ik naar een oud ziekenhuis. Fundamenten en kelders liggen er nog, gebouwen zijn weg. Op het terrein woont Zoon van deze kennis. Er staan caravans, een yurt, een legertent en een tomatenkas. Het is een experiment tot zelfvoorziening. Op een kar liggen zonnepanelen. Een helofytenfilter filtert het afvalwater van het biotoilet. Her en der op het terrein, tussen de stenige fundering in, liggen stukken moestuin en ergens ligt een kruidenpyramide.

We fietsen verder naar een oud laboratorium, nu antikraak. Iemand is bezig een pizzaovenfiets uit elkaar te halen. Iemand anders doet ook iets. We fietsen naar een huisje op dit terrein, ook antikraak bewoond. Ze geniet van de ruimte, de stilte, het bos en de twee weitjes voor haar schapen.

Kennis noemt het de rafelranden van de stad. Precies, en die zijn o zo nodig. Er zijn mensen die de rafelranden opzoeken; mensen met creatieve ideeen die ze het best kunnen verwezenlijken ergens op een verlaten terrein of in een oud gebouw, een beetje verwijderd van benauwende regels. Die plekken gaan bruisen en kolken.

Waarschijnlijk gaan deze plekken verdwijnen. Eigenaars willen wat verdienen, projectontwikkelaars hebben plannen voor luxe villawijken – wonen op de berg, wonen in het bos. Plannen die niet van de grond komen sinds 2008.

Maar rafelranden blijven er altijd. Als je ze wegknipt of omzoomt komen er vanzelf nieuwe.  Boeiend om rekening mee te houden bij de beoordeling van plannen.

Advertenties