Over de reis van Wageningen naar het dorp van Moeder doe ik met het openbaar vervoer ongeveer drie uur. Met de auto zou het sneller gaan: ik kan het rijden in anderhalf uur, ware het niet dat ik geen auto heb. Die kan ik huren, en de tijd die je daarmee kwijt bent, moet je bij de reistijd optellen.

In de bus kijk ik naar buiten. Op het station drink ik koffie. In de trein lees ik de krant en kijk om me heen. Voor het laatste stuk tussen station en Dorp huur ik een OVfiets en geniet ik in het koude zonnige weer van de vertrouwde omgeving. De terugweg is omgekeerd: eerst fietsen, dan lezen in de trein en dan naar buiten kijken in de bus. Ik kom ontspannen aan.

Hoe vergelijk je reistijden met elkaar? In de auto ben je er sneller, maar meer dan naar de radio luisteren kun je niet. Je komt moe aan en gaat dan de krant lezen. Met het OV beleef je meer en kun je diezelfde krant onderweg lezen. De tijd onderweg is dan langer, maar uiteindelijk, wat doe je met die tijdwinst? Als je die gebruikt om een uur de krant te lezen op de bank, ben je dus niets opgeschoten.

Geef mij maar het openbaar vervoer.