Eergisteravond kwam je niet vrolijk huppelend aangerend toen ik je riep. Mijn haren gingen overeind staan. Maar het kan dat je even iets anders aan het doen was, een muis had gezien of zo. Het kan, en ik ging toch maar slapen.

Gisterochtend vond ik je in het grasveld in het park voor mijn huis. Koud, stijf, verder niets aan te zien.

Lieve Poes: ik vond je leuk. Zaterdag liep je nog met me mee over de markt, naar de Emmaus en de bakker.  Altijd enthousiast als ik weer tevoorschijn kwam uit een winkel.

Je was grappig. Hoe je zat op het paaltje bij de trap, een paaltje met een puntje nog wel. En hoe kon je nou lekker slapen op de trapleuning? Nou ja, het ging ook vaak mis, en dan hing je aan het wasgoed en trok de boel eraf. Hoe je at: volgens mij dacht je dat je een tijger was.

Lieve Poes, ik hoop dat je geen pijn hebt gehad toen je doodging. Ik hoop dat je niet, toen ik je die avond riep, klaaglijk mauwde om je vrouwtje, teleurgesteld en eenzaam dat ik je niet hoorde.

Lieve Poes, ik ben blij dat ik je direct vond. Dat ik niet drie dagen rond heb gefietst, roepend en zoekend. Niet wetend, in bange onzekerheid. Om je dan half vergaan ergens te zien liggen.

Ter herinnering een paar foto’s.

img_20160107_192635.jpgimage