Een kelder van een oud kasteel, koel met witgekalkte muren en terracotta plavuizen op de vloer. Aan de muren planken met daarop flessen en voorraadpotten. Op de grond rieten manden met aardappels en uien, aan een haak  een streng knoflook.  In een hoek zinken emmers en houten bezems. Ziedaar mijn droom.

Mijn kelder was een onaangenaam vol hok. Hier stonden de schoenenkasten en allerlei vazen, plastic emmers, afwasteiltjes, voorraadbakjes en nog veel meer ongebruikte troep die ik de laatste tijd heb weggedaan. Hier staan ook de wasmachine en de droger. Die wasdroger in de kelder was gewoon een slecht idee – mijn idee. Daardoor werd de kelder warm en nat, en dat is nou net niet waar een kelder goed voor is.

De droger gebruik ik nooit meer en geef ik weg. Als die weg is, loop ik verwachtingsvol de trap af: mijn droomkelder. Maar het is nog steeds een onaangenaam hok, alleen wat leger. De muren zijn niet zo stralend wit als ik in mijn droom had gezien.

Ik heb nog een grote pot witkalk staan, een kwast kan ik ook nog wel vinden. Bovendien is het een koude zaterdag. Een prima dag om de kelder te witten!

Het wordt nu een witte koele ruimte, waarin mijn wasmachine, voorraadpotten en jammetjes zich weer thuis zullen voelen. Geen kasteelkelder, maar mijn huis is ook geen kasteel. Perfectioneren met terracotta plavuizen of is dat echt zonde van mijn geld?