Ik heb genoeg schrijfpapier voor de rest van mijn leven: schriften, notitieblokjes, memoblokjes, printpapier, opschrijfboekjes. Veel is nog van de schooltijd van Zoons123, maar die is al jaren voorbij. Ook komt veel gratis binnen: vorige week griste ik nog een fluerescerend memoblokje mee wat gratis lag te liggen.

Ik denk dat dat komt omdat ik lange tijd met schaarste heb geleefd. In Afrika had ik altijd overal tekort aan, zeker aan schrijfwaren en knutselspullen. Ik bewaarde alles wat van pas kon komen, en het meeste kwam ook van pas. En daarom begrijp ik Moeder zo goed, die elastiekjes en knopen en veters en paperclips en cadeaupapier en eigenlijk alles bewaart. Typisch voor haar generatie die in schaarste is opgegroeid en de oorlog heeft meegemaakt. Mijn gedrag is blijkbaar ook nog steeds gebaseerd op schaarste, terwijl ik in werkelijkheid leef in overvloed.

Intussen gebruik ik steeds minder papier. Hoogstens wat boodschappenbriefjes en handige ringbandjes van Windows 2000, waarvan ik een hele stapel heb, maar die niet fraai zijn met die reclame voorop. Ik zou graag overstappen op schrijfwaren die er niet armoedig uitzien naast de leren map van mijn collega. In de Hema loop ik vaak verlekkerd door de afdeling kantoorspullen, maar ik mag niets kopen van mezelf tot mijn voorraad op is. Het lijkt vrekkigheid maar goed spul weggooien past niet bij mij.

En vanmiddag is het zover: ik verzamel alles op tafel. Het oudste is een oude multoband van mijn eigen schooltijd, het nieuwste het gratis memoblokje van vorige week. En dan begin ik. Ik kies wat ik het komend jaar denk te gebruiken, en daaromheen maak ik nieuwe kaften. Ik pruts met zwart kaftpapier, stof, en nog veel meer knutselspul en heb een heerlijke middag. De komende tijd heb ook ik schrijfwaren, en als deze voorraad op is, mag ik weer een middag knutselen.