Bijna elke ochtend overkomt me het volgende: Halfslapend ga ik onder de douche staan met het rode streepje van de mengkraan horizontaal. Dat is lekker warm. Ik geniet. Na een minuut draai ik de kraan ietsje verder door, en het water wordt ietsje warmer. Heerlijk, ik geniet weer. Na nog een minuut draai ik de kraan nog iets verder door, en weer wordt het water ietsje warmer. En weer geniet ik. Dan na nog een minuut doe ik de douche uit (ik stop als de wc stopt met lawaai maken). Als ik masochistisch mezelf op dat moment wil kwellen, zet ik de kraan nogmaals op de eerste stand. Afschuwelijk, afgrijselijk koud is dat dan! Terwijl dat drie minuten ervoor nog zo heerlijk was.

Daar kan je handig gebruik van maken om de temperatuur in huis laag te houden: telkens als je het koud krijgt in je huis van 14 graden, ga je even naar buiten. Afval wegbrengen, papier naar de schuur, compostbakje legen, hout halen: het hoeft maar een minuut te zijn. Daarna is het binnen weer zo lekker warm!

Je went aan een niveau van warm douchewater, temperatuur, suiker, zout, en andere verboden geneugten. En dan wil je ietsje meer. Net zoals bij drugs, maar daar heb ik geen ervaring mee. Net zoals in smaaktesten met consumentenpanels de zoutste soep er altijd als lekkerste uit komt. Want na een hapje zoute  soep, lijkt soep met minder zout een smakeloze hap. Dus maakten soepfabrikanten hun pakjes soep steeds zouter. Tot een wet daar een limiet op stelde.

En dus wordt het overal steeds ietsje warmer.

En nu terug. Via wetgeving? Via ons hoekje op internet? Via een TV-programma waarin ‘een gezin de uitdaging aangaat om de hele winter de verwarming uit te laten’?