Zoon1 is geboren in 1989 in Wageningen. Zijn vader, mijn Ex, was daar niet bij, want die was net aan zijn eerste baan begonnen bij de FAO in Tanzania, en de FAO vond de geboorte van je eerste kind niet voldoende reden tot verlof. Toen Zoon1 zes weken was, ben ik ook naar Tanzania gegaan. Wat kan een mens toch veel als hijzij dat wil.

Ex ontwierp irrigatieprojecten in de omgeving van het Victoriameer. In het Victoriameer zit zoveel water, daar kun je best wat van gebruiken om landbouwgebieden te irrigeren. Maar het Victoriameer ligt uiteraard uiteraard in het dal, lager dan de landbouwgronden.

Les 1: water stroomt van boven naar beneden. Altijd. Overal.

De meeste projectjes die Ex ontwierp lagen in de omgeving van het meer, maar dan nog moet het water omhoog worden gepompt, ook al is het maar enkele meters. Niet met van die achterlijke touwpompen, zoals wij alternatievelingen uit Wageningen durfden voor te stellen. Men was beledigd en vond ons witte kolonialen die neerkeken op zwart. Het water moest uiteraard met dure moderne dieselpompen omhoog gepompt, net als in Europa en Amerika, ook al wist iedereen in Tanzania dat dit nooit zou werken. Geen geld, geen diesel.

Hier werden we behoorlijk chagrijnig van. En cynisch. Hadden we een plek om onze carriere te beginnen, moest Ex irrigatieprojectjes ontwerpen waarvan we van te voren wisten dat het never nooit iets zou worden.

De vorige president, Nyerere, kwam ook uit dit gebied. Een van de projectjes was DUS in zijn geboortedorp. Weliswaar lag dat hoog in de heuvels, en was het absoluut onmogelijk om daar ooit water vanuit het Victoriameer te krijgen, maar er moest iets geopend worden in zijn dorp. Ex tekende op de kaart prachtige kanaaltjes die steil omhoog liepen, en iedereen op kantoor die wat van water wist, begreep dat dit nooit wat kon worden. Maar dat gaf niet, sterker niemand verwachtte iets anders. Als dat dorp niet zou worden opgenomen in het project, zou de overheid van Tanzania de goedkeuring stopzetten, en kon het project wel sluiten.

O ja, het project werd gefinancierd door Nederland. Tanzania was in de tijd van Nyerere en de jaren vlak daarna troetelkind van Nederland. Er waren meer onzinnige projecten in het gebied. Een slachterij waar nooit een kilo vlees vandaan is gekomen onder andere omdat de haken hingen op dromedarishoogte. Een schoenfabriek daar vlakbij om het leer te verwerken dat niet bij de slachterij werd geproduceerd. En een gigagroot katoenproject wat zo inefficient was opgezet dat de Nederlanders uren konden vertellen over de schandalen daar. En dat ook deden, bij een biertje bij de Yachtclub.

Wie daar werkte als expat werd na een paar maanden vanzelf cynisch. Wij ook en daarom vroegen we overplaatsing aan. En zo kwamen we al na een jaar in Zimbabwe terecht.

Vlak voor ons vertrek raakten we toevallig bevriend met Thijs Goldschmidt, een Nederlandse bioloog die vlakbij ons bleek te wonen. Hij moest niets hebben van die onzinnige projecten, ging nooit naar de Yachtclub, ging niet om met de expats. Terecht, maar ik was nieuw en liet me meevoeren. Hij had de jaren er oor de vissen in het Victoriameer bestudeerd en was een boek aan het schrijven waarmee hij wereldberoemd is geworden, Darwins Hofvijver. Het was zo boeiend om hem daarover te horen vertellen. Ik wou dat we hem eerder hadden ontmoet, dan had ik mijn onzinnige lege uren bij de Yachtclub beter kunnen gebruiken.