Tijdens de kerst bij Moeder had ik een goed gesprek met Neef (die dit blog volgt). Ook Neef is zijn appartement aan het opruimen. Het wordt leger en steeds prettiger. En het wordt rustiger in zijn hoofd, waardoor er ruimte is voor iets nieuws. Dit hoor je van zoveel mensen: spullen van je verleden wegdoen geeft energie om nieuwe plannen te maken en nieuwe dingen te doen.

Maar Neef legt nog iets anders uit. Het leven wordt steeds ingewikkelder en je moet meer en meer dingen zelf kunnen en zelf doen. Je moet je eigen belastingadviseur zijn, je eigen schoonmaker, je eigen huishouder, je eigen administrator. Als je niet oppast gaat je hele tijd op aan het doen van dingetjes die moeten. Bovendien heeft Neef een baan, waardoor hij niets anders doet dan werken, koken, huishouden en administratieve klusjes. Voor meer is geen tijd en vooral geen ruimte in zijn hoofd. Terwijl hij verder wil met wat hij wil en waar hij goed in is: ontwerpen. Hij merkt dat opruimen die ruimte geeft, omdat het huishouden eenvoudiger, de administratie simpeler en het appartement netter wordt. Zodat hij minder tijd verdoet met klusjes voor hij aan zijn eigenlijke doel kan beginnen, en als de klusjes klaar zijn moe in bed rolt.

Ik herken dat heel goed. Mijn vader was musicus en was de hele dag bezig met muziek. Spelen, componeren, studeren, luisteren, schrijven, lesgeven. Hij bemoeide zich niet met het huishouden, administratie, belasting, gezin of noem eens iets anders praktisch. Dat deed Moeder allemaal. Daardoor kon Vader zich richten op wat hij wou en waar hij goed in was. Tja, dat was een rolverdeling die we nu traditioneel zouden noemen, maar Moeder was een organisatiewonder en vond het juist heerlijk om in het middelpunt van de hectiek van ons gezin te staan. Ieder zijn kracht.

Kunnen doen wat je wilt en waar je goed in bent, dat wens ik Neef ook toe. En mezelf ook, dus ik ga door met opruimen, en met het schrijven op dit blog over dat proces vol dilemma’s en worstelingen.