Sinds een tijdje – gaat bij jullie ook alles aan en uit? Dit is dus nu aan, maar het kan zo weer uit gaan hoor – heb ik voor mijn dagelijkse ontbijt iets nieuws bedacht: yoghurt met muesli. Maar dan wel een beetje anders: gefermenteerd.

Ik maak ’s morgens een bakje yoghurt met muesli klaar, roer dat goed door en zet het in de koelkast. Uit de koelkast pak ik vervolgens het bakje van gisteren. Dat is dus precies evenveel werk dan een bakje maken en meteen opeten, alleen heb ik er een extra bakje voor nodig. Geen extra lepeltje 🙂

De yoghurt met muesli van gisteren is dik geworden. Graanvlokken (haver) en pitjes zijn zacht, rozijnen hebben zich volgezogen. Ik merk dat mijn darmen het beter verwerken is dan rauwe muesli. Geen opgezet buikje, geen opgeblazen gevoel, geen lucht in de darmpjes: prima dus. De granen zijn begonnen te fermenteren en veel gefermenteerd voedsel is beter verteerbaar dan de oorspronkelijke ingrediënten. Ik had een kookboek vol gefermenteerd voedsel, en ooh wat is er veel gefermenteerd: wijn, kaas, yoghurt, ketjap, koffie, bier, zuurkool. Het kookboek heb ik uitgeleend en nog niet teruggekregen. Maar dat komt wel terug hoor, want lener is ook een lezer.

Muesli met yoghurt vind ik eigenlijk helemaal niet lekker. Yoghurt met cruesli wel, daar kan ik van doorvreten, vele keren per dag. Misschien dat ik daarom de laatste maanden kilo’s ben aan gekomen. Kilo’s die ik er nu weer af wil. Nou, eraan is gemakkelijker dan eraf merk ik nu voor het eerst van mijn leven.

Maar dit bakje van gisteren vind ik ook lekker, echt lekker. Niet hard krokant en zoet, maar zacht en smeuïg. Dat was weer genieten vanmorgen.