Pasen is het feest van het overlijden en de opstanding van Jezus. Vandaar die paaseieren, kuikentjes, de kleur geel, paashazen, boterlammetjes en paasvuur. Een versierde Palmpasen met een broodhaan in de top.

Huh? Zie jij het verband?

 

En nou lees ik dat scholen niet aan paaseieren doen maar wel aan verstopeieren om kinderen die een ander geloof aanhangen niet voor het hoofd te stoten.

Huh? Wat is er christelijk aan paaseieren?

Paaseieren zijn overblijfselen van het oude Germaanse lentefeest Ostara. Dat feest was een vruchtbaarheidsfeest: een nieuwe lente, een nieuw jaar, en laat dat een vruchtbaar jaar worden met veel kindertjes, kuikentjes, lammetjes, kalfjes en een goede oogst.

Die oude kerk wist wel hoe je moet evangeliseren zonder de lokale bevolking tegen zich in te jagen, en heeft heel wat voorchristelijke heidense feesten opgenomen in de christelijke rituelen. Zo ook Pasen. Vrijdag stond in de Volkskrant een mooie fotoserie van oude  Franse paasansichtkaarten met eieren waaruit kinderen werden geboren. Natuurlijk in mooie jurkjes en pakjes. Gelukkig Pasen.

Nu steeds minder mensen naar de kerk gaan en geloven, en steeds minder mensen weten wat Pasen eigenlijk is en als ze het al weten geen reden zien om dat te vieren, gaan we dus als vanzelf terug naar het oude lentefeest. Want na de lange donkere winter zijn we wel aan een feestje toe, met paasvuur, gele narcissen en verse eieren.

En met de Matthäus Passion, mooiere muziek ken ik niet.