De normale levensloop in wonen is lange tijd als volgt geweest: je begint als kind bij je ouders, gaat daarna een paar jaar op kamers in een groep, om vervolgens met de partner van je keuze in een huurappartement te gaan wonen. Op het moment dat de band steviger, de baan vaster en de buik dikker wordt, ga je op zoek naar een eengezinswoning. Meestal eerst in een rijtje in een Goedkopere wijk, maar bij het groeien van bankrekening en aantal gezinsleden wordt dat huis en de tuin eromheen groter. Na zo’n 20 jaren begint de Zwitserleventijd van het met zijn tweetjes genieten van wat je in materieel opzicht bereikt hebt. Worden de knieën strammer, wordt er nog een keer verhuisd naar een aanleunwoning en tenslotte naar een verpleeghuis.

Steeds meer mensen volgen deze woonlevensloop helemaal niet meer.

Een van de tendensen is dat mensen niet steeds duurder en groter willen wonen. Ze willen wonen, maar niet de helft van hun salaris betalen aan huur of hypotheek. Meer en meer mensen hoeven niet steeds meer spullen, meer bezit, een groter huis. Ze willen leven, genieten, reizen. Ze wonen omdat je ergens moet wonen. Ontspullen, consuminderen, klein wonen zijn van een duister hoekje in de het gedachtengoed steeds meer mainstream geworden. Misschien ook wel ingegeven door de ellende die vijftigers nu ondervinden bij het leeghalen van het huis van hun overleden ouders vol prullaria die ze zo de kliko indonderen.

Een tweede tendens is dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens zijn. Of doordat een van de twee eerder overlijdt dan de ander, en die ander dan nog een tiental jaren alleenstaand achterblijft. Of door scheiding, waarbij het partnerschap wordt opgeheven. Of doordat mensen nooit aan een partnerschap beginnen, of in elk geval steeds later in het leven. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe. Na een aantal jaren alleen te hebben gewoond, verandert vaak hun woonideaal van een eigen woning naar iets met meer gezelligheid. Veel alleenstaanden willen een soort hofje, alleenwonen met een gezamenlijke tuin. Het standaard eengezinshuis, met drie kleine slaapkamers en een gezamenlijke zitkamer, past niet in hun woonwens.

Een derde tendens is dat mensen flexibiliteit in hun wonen wensen. Het aantal huishoudens met een vaste baan voor het leven daalt. Steeds meer mensen hoppen van baan naar klus, waarbij ook van plaats naar plaats gehopt wordt. Verhuizen is een optie, in de file staan is een tweede optie. Maar verhuizen is telkens weer een klus als daar een honderd kuub aan spullen voor verplaatst moet worden. Er is dan ook een toenemende vraag naar flexibele woonvormen, gemeubileerde woningen, shortstayhotels.

En ikzelf? Ik woon nu met Zoon3 en drie jongeren in een rijtjeshuis (een raar rijtjeshuis, met zeven slaapkamers en drie kookplekken, maar wel een rijtjeshuis). Wil ik zo verder of wil ik nog wat anders?