Al om tien uur loop ik door het centrum op zoek naar unieke vondsten. Het is lekker rustig, het zonnetje schijnt en de kinderen met hun vaders en moeders (meest moeders, verreweg meest moeders) hebben er zin in. Geweldige sfeer, ik geniet.

Ik koop zes tomatenplantjes. Dat doe ik elk jaar: die kweek ik verder op in de vensterbank in de voorkamer, lekker in het middagzonnetje. Ik zet ze in twee lange bakken en bind de planten met touw aan de gordijnrails. Die gordijnen kunnen in de zomermaanden dus niet dicht, maar met het groeien vormen de tomaten een levend gordijn. Aan het eind van de zomer hangen de tomaten rood voor het raam en eet ik ze supervers zo uit het handje. Waarom doet niet iedereen dat? Waarom geen eetbare kamerplanten?

De leukste kleedjes vind ik die waar dingen zelf zijn gemaakt, gekweekt of gebakken. Ik geniet van zelfgemaakte fenomenaal prachtige dromenvangers van een Chinese studente. Ze heeft ook papieren boeketten, een euro per stuk. Een andere studente uit China verkoopt geluksknopen. Een derde ook uit China verkoopt hapjes, een vierde uit India schildert henna op handen. Met elk van deze vier maak ik een praatje, vraag hoe ze Wageningen vinden, of ze hier studeren. Het enthousiasme spat eraf. Opvallend dat elk jaar wel een tiental Chinese studentes (alleen -s) aan deze vrijmarkt meedoet: wie vertelt hen (op tijd!) dat dit mag, gratis is, hoe het werkt. Blijkbaar past dit naadloos bij hun cultuur. Mijn dag kan niet meer stuk.

De tomatenplanten breng ik snel naar huis, handig genoeg woon ik zelf midden in het centrum.

Voor de tweede keer ga ik op weg, nu een andere straat in. Al van verre zie ik hem staan: een houten muziekstandaard. Nee, er speelt niemand klarinet of viool bij; hij is echt te koop. Ik helemaal blij; ik studeer meestal met de muziek leunend tegen een paar boeken aan, en dat is dan concertmeester… Blij breng ik ook de standaard naar huis.

Voor de derde keer ga ik op weg, het is nog maar elf uur. Het wordt kouder, maar de sfeer is goed en de zon schijnt. Ik eet iets Turks met kaas, drink warme chocola en dan zie ik weer zoiets moois: theekoppen van steengoed, wijd model, precies zoals Moeder het wil, maar dan niet wit met bloemetjes maar grof steengoed. Wow! Twee euro armer breng ik vier prachtige theekoppen naar huis. Thuis drink ik koffie die naadloos overgaat in lunch.

Om twee uur ga ik voor de vierde keer op weg. Maar dan is het koud, de vrolijke kinderen hebben geen zin meer en zitten te bibberen onder dekentjes. Moeders houden nog een beetje de moed erin, maar als dan ook nog een paar drupjes water naar beneden komen, houdt de een na de ander het voor gezien. Ik ga naar huis.

Heerlijke dag, ook al was het maar een halve. Bij jullie?