Dinsdagmorgen besloot ik een nachtje te gaan kamperen, op de allerdichtstbijzijnde camping, die gelukkig ook nog een van de mooiste campings is in t land: Quadenoord, natuurcamping in het Renkums Beekdal. Ik wou mijn tent weer eens opzetten, mijn matje opblazen, koffie maken op een gasje en lekker zitten op mijn campingstoeltje mijmeren. Ik keek vooral uit naar het wakker worden de volgende morgen, in mijn tentje in het bos, met alleen vogelgetsjilp om me heen.

Even later zei R dat hij wel mee wilde. Hij heeft geen kampeeruitrusting, maar ik heb nog steeds alles in veelvoud. Hoogstens was zijn set niet zo super als die van mij: een oude tent, een oud stoeltje, een veel te grote slaapmat en in plaats van een slaapzak gewoon het dekbed van zijn bed.

Wij op weg. Helaas kreeg ik al na ruim twee kilometer een lekke band. Ik heb er nog een tijdje op doorgeploegd, maar oppompen haalde al snel niets meer uit. De laatst kilometers hebben we gelopen. Gelukkig waren we niet ergens onderweg in Zweden honderd kilometer van het volgende dorp. 

Goed, we hebben het heerlijk gehad. Jammer dat ik de hele terugweg heb moeten lopen, met de fiets aan t handje, en minstens de helft van die tocht was gewoon zandploegen, heuveltje op en af. Maar afgezien daarvan, ik kan het iedereen aanraden, een nachtje kamperen, op een camping 10 kilometer verderop. Het gaat niet om de afstand, maar om de rust, het buitenzijn, al die dingetjes die je nog moet doen maar nu even niet. Ik heb nu echt een postvakantie gevoel.