Een paar jaar heb ik het helemaal niet gedaan (behalve ondergoed en pyamas en zo) maar ineens kreeg ik er weer zin in: mijn eigen kleren naaien. Wow, het leven en bijbehorende hobby’s gaat echt op en neer. Benieuwd hoe lang deze manie dit keer duurt. Want gelukkig hoeft het niet, het mag, ik doe het vrijwillig, helemaal zelf en voor mezelf. Dat geeft rust.

Waarschijnlijk stopt de manie als ik weer eens een mouw verkeerd om in het armsgat naai, hem er dan weer uit torn, waarbij de stof scheurt, ik dat dichtpruts, hem er weer in naai, en dan bij het passen zie dat ik hem er nogmaals verkeerd om in heb genaaid.

Voor niet-naaiers: de mouw er verkeerd om in zetten overkomt iedere naaister wel eens. Links is namelijk rechts. Zelfs een chirurg zet wel eens het verkeerde been af, toch? Ik schaam me nergens voor, maar ben dan ook geen chirurg.

Dat jullie overigens niet mijn stukje bij het ontbijt konden lezen, kwam doordat ik internet afstruinde op zoek naar het grote nieuws dat de dividendbelasting toch niet wordt afgeschaft. Mijn partij de PvdA doet het een stuk beter nu we in de oppositie zitten.

O ja, ik ben weer begonnen met kleren naaien. En wel om een paar redenen. Het is leuk, bevredigend als het lukt. Kleren in de winkel (die een beetje voldoen aan mijn principes van duurzaamheid) zijn hartstikke duur en de modellen zijn vaak supersimpel. Dat kan ik beter en goedkoper zelf. Ik zag een paar weken geleden een eenvoudig jurkje, twee lapjes op elkaar, geen coupenaden, uurtje naaien, voor 299 euro. Ik zie het er niet aan af, en gekochte kleren passen mij eigenlijk nooit. Jurken zijn te kort, mouwen te lang, tailles te strak, schouders te wijd: de verhoudingen van mijn lijf zijn gewoon niet standaard.

Mijn klerenkast veroudert intussen door. Ik koop niets, ik maak niets. Tweedehandskleren zijn niet echt mijn ding, ik denk dan altijd dat iemand in de stad me aanspreekt ‘goh wat leuk dat je die blouse uit mijn moeders erfenis hebt gekocht. ik zelf vond hem zo ouderwets.’  Tweedehandskleren vind ik lastig me eigen te maken.

Dus ik wil nieuwe kleren. Fris, vrolijk, in mijn kleuren: donkerrood, blauw, groen, grijs, paars.  In mijn maat. Avonden en avonden lag ik in bed patronen te bekijken. Ik kreeg er steeds meer zin in, de hobby werd warm, ging borrelen, en toen op een dag spoot de geysir.

Via internet bestel ik de eerste twee patronen bij de Burda. 6 euro per patroon en dat moet je dan zelf uitprinten. Dat lijkt niet bij mijn goedkope leven te passen, want het is veel goedkoper om voor 30 cent een Burda te lenen bij de bieb en dan zelf een patroon uit te raderen. Klopt, klopt, ik ook met mijn principes. Ik vind dat dunne patroonpapier vervelend.

Ik heb besloten om een stuk of tien basispatronen bij de Burda te bestellen, dat is dus 60 euro, en die vaker te maken. Die patronen pas ik helemaal aan op mijn lichaam, en dat is een behoorlijke klus. Vanaf het binnenkomen van het pdf patroon (een seconde na de betaling) tot aan een patroon dat ik op stof kan leggen, ben ik echt een hele werkdag verder! Een hele werkdag, waarbij ik op de grond zit op een kniekussen uit de moestuin, en teken, knip, plak, reken. De kleuterschool blijft de meest nuttige van al mijn opleidingen. Aan het eind van die dag heb ik een stapel patroondelen die van stof geknipt kunnen worden. Van een kledingstuk dan he, dat dus tien keer.

Het naaien is een tweede werkdag, maar smeer ik uit over meerdere dagen. En wel omdat ik anders te ongeduldig word en ga afraffelen. Zodra ik die neiging bespeur bij mezelf, verplicht ik mezelf te stoppen en iets anders te gaan doen. Want zelfgemaakte kleren moeten perfect genaaid zijn. Niemand vraagt hoelang je erover hebt gedaan, wel ziet men of het goed genaaid is. Niet afraffelen dus, houd je in.

Stof sprokkel ik ergens vandaan. Ik heb van een fleecedeken een trui gemaakt, van een andere plaid een vest en zo kijk ik in de krochten van dit huis of er nog wat te verknippen valt. Fournituren heb ik genoeg, alleen nooit precies wat het patroon vraagt. Bij het nogmaals maken van het patroon, ga ik voor perfect: mooie stof, zuiver wol, linnen, biologische katoen en dergelijke. Die stoffen zijn te vinden bij de kringloop: een katoen fifties XXXLrok is ruim genoeg voor een jurk voor mij. Zo koop ik dus toch tweedehandskleren, en peuter ze helemaal uit elkaar.

En ik heb etiketten gekocht die ik in de naad meenaai, met ‘sprokkelen’ erop. Dat staat leuk en echt, daar ben ik echt trots op.

Tot nu toe gaat het goed. Nog geen mouwen er verkeerdomin, een van de twee broekspijpen binnenstebuiten is ook een bekende maar is ook nog niet gebeurd. Ik heb een blouse, broek, trui, tuniek en fleecevest genaaid. Het zit allemaal perfect. Zeker een blouse en fleecevest hoef ik eigenlijk nooit meer te kopen.

O ja, tot slot van dit absoluut oninteressante geklets: ik neem mijn hele klerenkast onder handen. Ik heb met name nogal wat te korte Esprit jurkjes, dat ligt aan mijn lijf en niet aan Esprit. Ik ben wat ‘uitgerekt’ zeg maar, dus een jurk of blouse die in de breedte past, is geheid te kort. Ik werk alles bij op mijn lichaam, en wat niet lukt, gaat weg.

Nou, hier ben ik de hele komende koude periode wel zoet mee.

Naai jij je eigen kleren? Nu je mijn verhaal leest, wordt je daar dan enthousiast van? Of is kleren naaien echt Helemaal Niets voor jou. Dat kan natuurlijk, zo fijn dat er winkels zijn. Dat was in de tijd van Laura Ingalls Wilder wel anders.

 

 

 

Advertenties