Vroeger at de meerderheid van de Indiers vegetarisch, inmiddels is dat gedaald tot een derde. Nog steeds veel: 300 miljoen mensen of zo. In de supermarkt liggen geen Valess-burgers en Quorn-stukjes; mensen eten volwaardig traditioneel voedsel zonder vlees.

Bij mij staan er meestal drie pannetjes op het vuur.

  • Pan een met rijst, quinoa, gierst, gerst, haver, freekah of een ander graan. Varieren op de dagelijkse rijst is nou niet bepaald traditioneel Indiaas, maar wel lekker. Heb ik heel weinig tijd, neem ik rijste- of  havervlokken die in 2 minuten klaar zijn.
  • Pan twee met linzen, bonen of kikkererwten waarmee dal, kruidige dikke linzensoep wordt gemaakt.
  • Pan drie met een groentencurry, gemengde groenten met kokosmelk en een vegetarische currypasta. (Nogal wat boembos en pastas en sambals bevatten garnalen, net als kroepoek overigens). Ik zorg er altijd voor dat hier iets zoets in zit zoals paprika, ui, kokos of rozijnen. Plus iets pittigs zoals peper. En iets bitters zoals bloemkool, spruiten of broccoli. Plus de specerijen van de currypasta. Die combinatie van vier smaken maakt het top. (alles kan ook zonder gekochte currypasta, maar voor de daelijkse hap werk ik met kant en klare boemboe).

Als ik halverwege het koken denk dat het geheel te weinig vult, kook ik er een eitje bij. Dit duurt bij mij 20 minuten, waarbij pan 1 en 2 zichzelf kookt en ik alleen met pan 3 bezig ben.

Inspiratie haal ik uit twee geweldige kookboeken:

Allebei traditionele dagelijkse recepten uit de vegetarische Indiase keuken. Volwaardige maaltijden die je na een beetje wennen en het kopen van de basiskruiden en specerijen bij een toko snel en eenvoudig op tafel zet.

Breng je kookboeken-met-vlees-maar-er-staat-ook-veel-zonder-vlees-in weg naar de tweedehandswinkel, en koop deze twee boeken. Nooit meer twijfel tussen het echte en het neppe. Nooit meer ‘wie vegetarisch wil eten kan de spekjes door stukjes tofu vervangen’.