In de schuur had ik dit voorjaar maar liefst drie nestjes van roodborstjes. Eentje is niks geworden, maar uit die andere twee zijn jonkies geboren. Zo leuk!

Schuw? Wat is dat? Pa en ma kwamen gezellig in de keuken eten van de vloer oppikken. Nee, we gooien hier geen voedsel weg, elk kruimeltje wordt opgegeten.

Poes? Is die gevaarlijk dan? Toen er eentje echt te dicht bij kwam, kreeg Poes een dikke staart, blies even, en keek verschrikt mij aan. Een meter was toen de afstand. Poes lag op de bank, roodborst zat ernaast.

Een echtpaar had hun nest gebouwd in de bak met schroevendraaiers. Op een dag hadden we zowaar een schroevendraaier nodig en heb ik een nieuwe gekocht bij de Action, die dingen zijn daar minder dan 2 euro, hoe is het mogelijk. Zo’n mooi nestje, prachtig glad gestuukt. Knap hoor, en dat alles met een snavel. Ik zou het niet nadoen, zelfs niet met mijn handen met opponeerbare duim.

Het tweede echtpaar woonde hoog op een plank, daar kwam ik pas achter toen het eerste nest alweer leeg was.

En nu zijn de kinderen alweer weg, uitgevlogen. Dat gaat bij vogels toch wel echt sneller dan bij ons. Gelukkig maar.

Wat me herinnert aan een film over een mensheid waarbij het leven maar een dag duurt en je alles maar een keer meemaakt. ‘S Ochtends geboren, uurtje peuter, uurtje school, na school een samenkomst van jongens en meisjes waarin iedereen een partner zoekt (en vindt) , een keertje verliefd, een keertje sex, een kind, aan het eind van de middag een uurtje opvoeden en oud worden, en dan ’s avonds loop je op het strand naar de ondergaande zon en sterf je. Goh, dat klopt niet, want dat kind dan?

Fijne dag allemaal.