Met de Pinksterdagen was ik op de Nivoncamping in Lettelbert. Niet als gast maar als terreinwacht.

Ik was er samen met een vriendin. Samen maakten we het de gasten naar hun zin: we verhuurden kano’s en fietsen, stookten ’s avonds een vuurtje en knoopten gesprekjes aan. Nieuwe gasten schrijf ik in, maak ik wegwijs en als ze weggaan, reken ik af. Verder hebben we natuurlijk gewoon ons eigen huishoudinkje: ontbijt, koffie, lunch, water, avondeten, en daar zorgt Vriendin meer voor.

In Lettelbert kan de terreinwacht slapen in een blokhut met een eigen keuken. Ik heb ook wel eens gekampeerd: lekker slapen in mijn eigen tentje en na het ontbijt naar de blokhut om de computer op te starten.

Veel werk is het niet: in een pinksterweekend is de zondag bijna een vrije dag. Niemand komt en niemand vertrekt, alleen willen wel een paar mensen een fiets of een kano huren of een barbecue reserveren. Samen weg kunnen we eigenlijk alleen ’s avonds na het eten als we weten dat er niemand meer komt en niemand meer hoeft af te rekenen. Verder lezen, breien en kletsen we, lopen rondjes over het terrein, laten boten in het water, checken of er nog wc-papier is en verstellen nu en dan een zadelpen. ’s Avonds haal ik het speelgoed uit de zandbak en doe het hek dicht.

We zitten daar dus met een duidelijke rol. Mensen kennen ons en knopen drempelloos een praatje aan. Wie dat vervelend vindt, tja die moet geen terreinwacht worden. Maar voor mensen die eigenlijk niet zo goed weten met wie op vakantie te gaan en er tegenop zien in hun eentje te kamperen, is het een kans: wordt terreinwacht bij het Nivon.

Wij doen het een keer per jaar, meestal met Pinksteren, met zijn tweeën: superleuk en precies lang genoeg.