Ik heb vijf pyjamabroeken, maar eigenlijk is er maar eentje goed. De rest zijn aftandse slobberbroeken: begonnen als zomerbroek via thuisbroek uiteindelijk afgewaardeerd tot pyjamabroek die toch niemand ziet. Maar toen ik een paar weken mijn rolkoffer pakte voor de camping, moest ik wel even slikken.

Liever twee goede dan vijf slechte: ik besluit er vier weg te gooien en een nieuwe te maken. Dat moet een dunne katoenen slobberbroek worden met zacht elastiek in de taille.

Van twee afgeschreven broeken verwijder ik de nog goede tailleband. Een derde heeft een fijn model: die knip ik langs de naden los en maak zo een patroon voor mijn nieuwe broek.

Dat brengt me op een intermezzo: een van de nadelen van zelf kleren naaien is dat je het kledingstuk pas kunt passen als je de stof verknipt en het werk verzet hebt. Maar hoevaak komt het niet voor dat een kledingstuk wel je maat is maar niet jouw model? Dat vind ik echt Het Nadeel van zelf kleren maken. Meestal maak ik zelfmaakpatronen van de Burda en als het patroon fijn is, bewaar ik het. Ook knip ik oud geworden gekocht kledingstukken van een goed model los op de naden en maak er een patroon van. Zo heb ik inmiddels een verzameling patronen waarvan ik weet dat ze me goed zitten.

Het patroon van de pyjamabroek knip ik na van een lap dunne katoen die al meer dan 20 jaar in mijn lappenmand zit. Echt waar: ik heb de lap gekocht in Mongu, Zambia, waar ik woonde van 1998 tot 2001. Ik wou er toen bloesjes voor mijn Zoons123 van maken, maar dat is er niet van gekomen.

Een uur later heb ik een geweldige broek met schildpadjes en een zwarte tailleband. Campingbroek, thuisbroek en pyjamabroek.

Advertenties