Het is zaterdagochtend 7 uur. Ik mag uitslapen, dus word ik vroeg wakker. Leuk, zaterdag, ik heb zin in de dag.

Na de ochtendrituelen zet ik mijn naaimachine op tafel. Ik mag weer een zomernaaiklusje doen. Een klusje waarmee mijn huishouden weer een stukje beter wordt.

Vandaag verander ik een tweepersoonsdekbedovertrek in een eenpersoonsdekbedovertrek. En wel omdat ik drie tweepersoonsdekbedovertrekken heb, en dat is er eentje teveel. En maar een eenpersoonsdekbedovertrek (ik vind dit zulke leuke woorden om te typen dat ik je alleen al daarom aanraad dit ook te doen en erover te bloggen). Dat wil zeggen, ik heb er wel meer: voor Zoon (andere smaak en hij woont hier wel maar heeft zijn eigen spullen), voor Vriendenopdefiets en andere logees (die zijn nieuw en perfect), maar niet voor mezelf. En dat hoeft ook niet, dacht ik, want ik slaap in een tweepersoonsbed met een tweepersoonsdekbed. Maar mijn dunne zomertweepersoonsdekbed is verdwenen, terwijl er op die plek ineens wel een eenpersoonsdekbed lag. Dit overkomt jullie natuurlijk nooit, maar ik heb wel eens vaker geblogd dat dit een anarchistisch huishouden is. En het maakt me niet uit, sterker nog: een eenpersoonsdekbed is gemakkelijker met opmaken dan een tweepersoonsdekbed: zeker wintertweepersoonsdekbedovertrekken zijn me veel te groot en zwaar om te wisselen. Volgens mij is dit de maximale woordlengte, ik heb speciaal de zin zo geformuleerd dat ik meervoud kon gebruiken.

Dus ik pak een tweepersoonsdekbedovertrek en leg mijn eenpersoonsdekbed erop. Goh, ik had niet gedacht dat het verschil in grootte zo klein zou zijn: aan twee kanten kan ik een dubbele rand van zo’n 30 cm eraf scheuren. Dat doe ik dus, naai de kanten weer dicht, werk de naden af en een half uur later is mijn bed weer opgemaakt met een vertrouwd dekbed in een iets kleiner formaat.

Dus nu heb ik een overbodig tweepersoonsdekbedovertrek minder, een nuttig eenpersoonsdekbedovertrek erbij, en hoef ik deze woorden nooit meer te typen.

Prettige dag allemaal!

Advertenties