Gisteren had ik overdag vrij en besloot ik na meer dan een week toch maar weer eens het bos in te gaan. Ik ben bezig met een boekje over het Doorwerth in de 19e eeuw, en er lagen nog een stapeltje onuitgezochte dingetjes. Dus toch maar het bos in, met lange broek en lange mouwen ondanks het mooie weer. Grote stukken zijn beukenbos, maar ook hele stukken zijn eikenbos.

Ik heb diep ontzag voor de eikenprocessierups. Hier in Wageningen, Renkum, Heelsum, Doorwerth, Oosterbeek zitten de eiken er vol mee. Rillend fiets ik door de bossen naar Arnhem. Grote krioelende bollen, soms hoog in de boom, soms onderaan de stam en soms precies op ooghoogte. Boom na boom na boom zit vol.

Vandaag liep ik bij Ughelen langs de Koppelsprengen. Ik heb geen processierups gezien. Eiken genoeg, maar geen enkele bol.

Daarna fiets ik langs het kanaal in Apeldoorn naar het Waterschapshuis. In een eik zie ik een bol hangen. Dat is geen doorwrocht onderzoek hoor, maar het is zeker geen boom na boom na boom. Hier en daar een bolletje misschien. Een tiental meters rond de enige boom bij het busstation is met een groot lint afgezet: als ze dat in Heelsum zouden doen zou je nergens meer kunnen komen.

Bij het Waterschapshuis zet ik mijn fiets neer en loop via de parkeerplaats via een olifantenpaadje naar het hoge HNK gebouw ernaast. In dat olifantenpaadje staan twee eiken en er is net genoeg ruimte voor een voetganger. Een tiental meters voor me loopt iemand met zijn mobieltje aan zijn oor en een laptoptas in zijn andere hand. Hij loopt ontspannend bellend langs de twee eiken.

Ik kom bij de eiken en daar zie ik de bol hangen: precies op ooghoogte naast het olifantenpad, een wriemelende massa rupsen. Ik buig mijn lijf zo ver mogelijk van de boom af terwijl ik er langs schiet. Alsof die 10 cm ruimte die ik zo creëer iets helpt.

Nu heb ik jeuk, maar dat kan ook in mijn hoofd zitten.

 

 

Advertenties